aartje_op_de_5e_372.jpg

Een onderbouwklas van de 5e lagere Montessorischool in de Amsterdamse Watergraafsmeer, het is voorjaar 1946; helemaal links vooraan met dat blonde koppie, dat ben ik.
Ik zit in de tweede groep; was pas in de meidagen van 1945 met mijn schoolcarrière begonnen. Het schoolgebouw aan de Herschelstraat was in gebruik geweest bij de Wehrmacht; beneden hadden paarden gestaan en dat kon je nog ruiken, vond ik.
Vanaf die meidagen en daarna na de zomer, kwamen er aldoor nieuwe kinderen in de klas, zoals Robbie die naast me zit, met z’n zusje die gewoon Zusje heette, en Emmy, dat kleine meisje helemaal achteraan in het midden en Erna, en niet te vergeten Daantje die meteen mijn allerbeste vriend werd.
Hij had gewoon een vader en een moeder, zoals ik, maar die andere kinderen hadden dat niet. Robbie en Zus werden na school opgewacht door twee overbezorgde oude tantes en Erna, helemaal achteraan links, die had helemaal niets en niemand, leek het wel. Ik denk dat het er wel acht of tien van die kinderen waren, er hing een groot geheim om hen, niemand sprak er over en ik wist alleen dat óók daar de Moffen de schuld van hadden.

1e_montesssori_372.jpg

Dit is net zo’n foto, een onderbouwgroep van de Eerste Montessorischool, een paar jaar eerder, toen alles nog goed was. Bijna de helft van de leerlingen op die school in de Amsterdamse Beethovenbuurt was joods. Ze moesten allemaal in september 1941 naar een ander school, een joodse school, omdat de bezetter had besloten dat joodse kinderen niet langer samen mochten zijn met de andere leerlingen in een klas.
Was ik een paar jaar eerder geboren, had ik in augustus 1941 op mijn Montessorischool ook in zo’n gemengde klas gezeten, waar meester Stunneberg dan op een dag had gezegd dat de joodse kinderen niet meer welkom waren, helaas, dat wel.
Hadden Robbie en Zusje en Erna en Daantje en Emmy en ook de kinderen waarvan ik de naam vergeten ben, moeten vertrekken, Had ik daar beduusd gezeten, samen met m’n andere vriendjes en vriendinnetjes, met om ons heen allemaal lege tafeltjes en lege stoeltjes. Had de meester snel wat tafeltjes aan de kant geschoven en ook mij naar het midden van de klas verhuisd en waren we gewoon doorgegaan met het werkje wat we deden.
Maar mijn vriendje Daantje en mijn vriendinnetje Emmy had ik dan nooit meer gezien. Ze hadden elke dag helemaal naar de Transvaalbuurt moeten lopen, naar die nieuwe joodse Montessorischool, met één onderbouwgroep, met Catherine Hoek als juf.
Gelukkig is het anders verlopen voor onze leeftijdsgroep; ze waren er weer en nog, met hun geheim - dat heb ik pas jaren later begrepen, van Robbie en Zusje, die alleen twee tantes hadden en Erna die in een tehuis woonde en dat Emmy geen vader had.
Naast het verhaal van mijn vader, z’n kleine heldendaad [zie mijn andere website] is het mijn eigen kleine geschiedenis, die me na meer dan een halve eeuw bewoog om het eens uit te zoeken, van al die joodse kinderen die in augustus 1941 letterlijk uit hun klassen werden verstoten, als onderdeel van een vreselijke machine die ook over Nederland rolde.
In Amsterdam alleen trof het zo’n 7 duizend kinderen, slechts een paar honderd van hen dook in de meidagen van 1945 weer op, enkele van hen gewoon bij mij in de klas.
Deze website is aan hen gewijd, aan de kinderen, de leerkrachten en de scholen - in Amsterdam maar ook elders in het land, in de Mediene. Het zijn drie afzonderlijke delen - dat met de titel 'de ontjoodsing' is een semi-wetenschappelijk verhaal, waarschijnlijk te lang om helemaal te lezen, maar desondanks raad ik wel aan om er in te grasduinen, net als in de andere twee stukken.
aart@verdwenen-joodse-scholen.nl

uiteraard zijn mijn onderzoeksresultaten en teksten auteursrechterlijk beschermd - ik merk echter dat vrij regelmatig stukjes uit mijn teksten worden overgenomen
in artikelen en op andere websites - ik wil dat u dan wel de bron vermeldt of een link naar deze website toevoegt,
dat is wel zo netjes !

notitie AART JANSZEN

notitie
Aart Janszen, zoon van Laurens Janszen en Mathilde Bouman, geboren in 1938 in de Watergraafsmeer Amsterdam.

Ik ben opgeleid tot productontwerper aan de Akademie in Eindhoven (1961), werkte vijf jaar in Paramaribo voor kleine nijverheids-- en ambachtsbedrijven en daarna terug in Nederland in de theatersector, als theaterbaas, programma-manager, zakelijk leider, produktieleider, ontwerper en tenslotte als directiesecretaris aan de AHK Theaterschool Amsterdam.
Sinds 2002 werk ik aan andere dingen, zoals aan dit onderzoek en verhaal.
Vanaf 2019/2020 houd ik me vooral bezig met de Verdwenen Joodse Scholen in Amsterdam; een stadsherinneringsproject dat moet uitmonden in de plaatsing van herdenkingstegels op de gevels van alle (ruim 40) locaties die verbonden zijn aan die Joodse scholen in de bezettingsjaren.

notitie OVER DEZE SITE
Deze website omvat drie hoofdstukken, die in relatie met elkaar staan :

1 - verdwenen joodse scholen 1941-1943
2 - joodse scholen in de Mediene
3 - de ontjoodsing van onderwijs

en de andere website omvat :

1 - de kleine heldendaad
2 - de scholen in Betondorp

Nieuw op deze site is een afzonderlijk artikel 'de Mediene' waar ik in 2018 aan ben begonnen over de joodse scholen in de steden buiten Amsterdam, dat groeit langzaam, vergt namelijk nog al wat onderzoekwerk in de gemeentelijke archieven van die steden.

Elk hoofdstuk is opgedeeld in stukken of paragrafen die afzonderlijk aa n te clicken zijn. Onder een tekst treft u soms een groen pijltje aan, als u daarop clickt opent zich een toelichtende bijlage. Ook kan op de meeste afbeelding worden geclickt.

Bij alle delen horen foto's en documenten, die komen beetje bij beetje.
(ik heb toestemming voor het gebruik van beeldmateriaal en documenten uit het Stadsarchief).

Deze website wordt gehost en is technisch gerealiseerd door kleinbedrijfcms.nl.
Het ontwerp is van mij, en zo ook zijn de ideeën voor de technische aanpassingen van de lay-out en functionaliteit.
Ik draag zelf zorg voor het beheer van de site.


a


notitie OVER MIJN BRONNEN
OVER MIJN BRONNEN
publicaties
Er is niet zo veel gepubliceerd over de scheiding en isolatie van Joodse leerlingen. Ik kom in mijn onderzoek niet verder dan een vijftal met uiteraard Jacques Presser (1965) en Abel Herzberg (1985) voorop en J.H. Aa (1942) die door Presser wordt geciteerd. Ook Lou de Jong wijdt er in zijn veeldelige standaardwerk, een vijftal bladzijden aan. Meer recent is het Dienke Hondius die er in 2001 over heeft gepubliceerd. Daarnaast zijn er inmiddels een paar scripties geschreven, over de joodse school in Amersfoort, door Femke Mooijekind (UvA 2011); de joodse kunstnijverheidsschool en door Noortje van Amerongen (UvU 2012),

Het boekje van J.H. Aa, De maatregelen inzake het onderwijs aan Joodse leerlingen, Aug 1941 - Mei 1942, is curieus, het is een doorslag op folioformaat, van een op 76 pagina's, enkelzijdige getypt rapport, gedateerd juni 1942, Waarschijnlijk is het exemplaar dat ik heb geraadpleegd het enige, het bevindt zich bij het NIOD, onder archiefnummer 182-181g. Zowel Presser als Hondius citeren uitvoerig uit dit rapport. [Jacques Herman Aa (1913-1945) was in 1942/43 eerste secretaris van het bureau van de Centrale Commissie voor het Joodse Onderwijs].
Presser baseert zich in zijn standaardwerk Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945, in hoofdstuk II, p 135-144 hoofdzakelijk op het rapport van J.H. Aa. Daarnaast komt hij op enkele protesten, waaronder die van de burgemeester van Enkhuizen en van 2 onderwijzeressen in Haarlem, die ontslag namen.
de Jong volgt in deel 5 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, (p. 553-565) voor een deel het werk van Presser, komt met dezelfde protesten en noemt de onderwijzeressen bij naam.
Herzberg beschrijft in zijn Kroniek der Jodenvervolging 1940-1945 (Querido 1985) daarentegen op geheel eigen wijze onder het kopje 'Kinderen en scholen'(p 240-244) vooral uit het perspectief van de joodse kinderen.
Hondius beschrijft in haar boek Absent, Herinneringen aan het Joods Lyceum, 1941-1943 (Vassalucci 2001) in de inleidende hoofdstukken, vrij gedetailleerd (pagina's 23 t/m 67), de scheiding en isolatie, ook van de lagere school leerlingen in Amsterdam. In mijn commentaar, verderop deze site, kom ik tzt op Hondius boek terug.

archieven
Toen ik me in mei 2004 zette aan het verzamelen van informatie om de gaten in het verhaal van mijn vader te dichten, heb ik me in de eerste plaats tot het Stadsarchief Amsterdam (toen nog het Gemeente Archief aan de Amsteldijk) gewend.
De archief van de afdeling Onderwijs (toegang 5191) is niet op onderwerp geordend, maar op jaar. De document-nummering is de oorspronkelijke van de toenmalige afdeling Indicatie en Documentatie van de Secretarie van de Gemeente Amsterdam. Een map bevat naast de documenten die ik zocht, allerlei andere stukken met hogere en lagere volgnummers, die meestal niets met mijn onderzoek te maken hebben. Soms vond ik zo bij toeval een ander belangwekkend document, en even vaak ontbrak het door mij gezochte stuk in de map waar het behoorde te zitten.

Daarnaast deed ik ook naspeuringen in Het Nationaal Archief in Den Haag en uiteraard bij het NIOD. Maar het Amsterdamse Stadsarchief is vanzelfsprekend de rijkste bron, het betreft immers in de eerste plaats een Amsterdamse kwestie, althans het verhaal van mijn vader. Bij verdere verdieping tav de ontjoodsing en de joodse scholen, bleek dat het archief van de Joodsche Raad (toegang 182) bij het NIOD van even groot belang en ook behoorlijk omvangrijk.

Overigens, sinds een paar jaar zijn de archieftoegangen allemaal gedigitaliseerd, en via hun websites thuis te raadplegen, dat maakt het voorbereiden van een onderzoek een stuk eenvoudiger.

Bij elke paragraaf geef ik de geraadpleegde documenten aan. Ik gebruik daarbij de volgende aanduidingen :
SAA = Stadsarchief Amsterdam
HNA = Het Nationaal Archief
NIOD = Inst.OorlogsDocumentatie
JHA = het boekje van J.H. Aa
HON = publicatie van D. Hondius
ASZ = afkomstig uit eigen collectie
JHM = Joods Historisch Museum

afbeeldingen

Foto's en documenten zijn deels afkomstig uit mijn eigen collectie (coll. ASZ) en deels uit het Stadsarchief Amsterdam (coll. SAA). Waarvoor mijn dank.
personen
Deels in levende lijve en deels via internet is het me gelukt om een aantal ooggetuigen te raadplegen. In de eerste plaats zijn dat Marianne de Vries (1930) en Jan Affourtit (1929) die beide dat schooljaar bij meester Janszen in de klas zaten. Verder betreft het Herbert Sarfaty (1937) en Els Ackerman (1935) die beide later op de Watergraafsmeerschool van mijn vader les hebben gehad en tenslotte Henny Waas (1933), Gerrit Meents (1930) en Johnny Blom (1930) die alledrie op een joodse school hebben gezeten. Door de jaren heen kwamen er nog meer aanvullingen over de joodse scholen, zoals van Ineke Stuve (1928), Henny Kuperberg (1930), Maurice Mol (1936), Bertie van Gelder (1933), en Marthi de Wilde (1935) Allemaal heel hartelijk bedankt. Ook dank aan Eric Roodnat (ivm de van Det-nijverheid-school) en Sjoerd Karsten (ivm het Joods Montessorilyceum)
A